Het MLA volgens oud-leerlingen

“Ik werd helemaal opgenomen in die school vanaf de eerste dag (…) We blonken niet uit in het houden aan de opdrachten, voor die datum moet dat af zijn. Dus wij liepen achter in de keuzewerktijd en dan was het sprinten naar het eind toe. Dan was iedereen als een idioot aan het werk. Je leerde improviseren en versnellen (…) Dat had erg te maken met hoe docenten met je omgingen, ze waren op zoek naar jouw talenten.”
– Felix Rottenberg (politicus, MLA 1969-1975. Uit het MLA-filmarchief.)

“Ik heb het gevoel dat het Montessorilyceum essentieel is geweest voor wie ik ben geworden. (…) Ik was de jongste, de andere jongens waren groter dan ik. Ik heb me nooit bedreigd gevoeld of aangevallen. Ik ben er hartstikke enthousiast over. Volgens mij is de periode op het Montessorilyceum één van de meest leuke en vormende periodes in mijn leven geweest”
– Gerrit Jan Wolffensperger (politicus, MLA 1956-1962. Uit het MLA-filmarchief.)

“In de bovenbouw kon je beter jezelf zijn. En je kon gewoon toegeven als je bepaalde kennis niet had. Het werd absoluut niet getolereerd dat iemand op ‘domheid’ werd afgerekend. Dat vond ik allemaal heel prettig, dat klimaat dat het juist verstandig is om te zeggen dat je iets niet weet en dat het een troosteloze weg is om dit niet toe te geven.”
– Petra Vriruly-Elders (huisarts, MLA 1969-1975. Lustrumnummer De Kleine Pionier, april 2005.)

“We mochten – in tegenstelling tot bij andere scholen – de docenten bij hun voornaam noemen. Toch was er een duidelijke scheiding tussen docent en leerling; er was onderling respect. De afstand tussen docent en leerling was denk ik kleiner dan bij andere scholen. Verder vind ik het typerend dat je leert zelfstandig te werken en dat er veel ruimte was voor creativiteit.”
– Feie Hamstra (HR adviseur, MLA 1986-1993. Lustrumnummer De Kleine Pionier, april 2005.)

“En we hadden een schoolband, met mijn broers Arnold en Peter en enkele andere leerlingen: The Original Talketives. We stonden in de top 40. Liep ik over de Albert Cuyp, hoorde ik mijn eigen nummer uit de radio schallen. Wij maakten heel veel muziek, ook op het MLA. (…) We speelden tijdens schoolfeesten in Paradiso en De Melkweg. Indrukwekkend. Je was trots op het MLA.”
– Rob van Dongen (muziekrecht-advocaat, MLA 1979-1986. Lustrumnummer De Kleine Pionier, april 2015.)

“In mijn tijd was de sfeer al iets softer. Ik was redelijk braaf. Ik ging naar de KWT en MWT en genoot van school: het open gesprek met de leraren; er werd heel veel gepraat, uitdagend en filosofisch. Dat vond ik geweldig.”
– Iris Sluiter (jurist, MLA 1984-1990. Lustrumnummer De Kleine Pionier, april 2015.)

“Hij heeft een fantastische tijd gehad op het Montessori Lyceum. Hij had een erg leuke klas, speelde toneel en kon het allemaal heel makkelijk aan. Totdat hij in de zesde klas opeens geen zin meer had. Dat kwam vooral toen in 1965, Ernst was 17, zijn vader stierf. Zijn vader had hem altijd erg gestimuleerd. Ondanks die tegenslag heeft hij zijn examen in 1966 toch met goed gevolg kunnen afleggen. Kortom, hij vindt het Montessori Lyceum een hartstikke goede school. Hij heeft er bijna de leukste tijd van zijn leven gehad, Hij vindt dat de school een goede invloed op zijn ontwikkeling heeft gehad.”
– Over Ernst Jansz (muzikant, Doe Maar, MLA 1960-1966. In o.a. CCC Inc. en Doe Maar; MLA lustrummagazine maart 1990.)